Suzanne van der Horst Eindhoven theater maken theatermaker columnist kinderverhalen columns



Suzanne van der Horst

schrijft

Toneelteksten, columns, kinderverhalen, 
ingezoomd, uitgezoomd, uit haar hoofd, in Word.

fragmenten uit voorstellingen

'In principe mankeert mij niets
Als je naar mij kijkt
Als je naar mij luistert
Dan verwacht ik dat je denkt:
Zij heeft het allemaal
En dat klopt ook
In principe'


- uit Geen partij voor mij 2009

'Ze kunnen elkaar niet verlaten
Omdat ze een stukje van zichzelf hebben verloren in de ander
Dat stukje zullen ze nooit meer terug krijgen
Dat zijn ze kwijt
Ze zullen dat stukje nooit meer aan een ander kunnen geven
Want dat is de bedoeling als ze elkaar verlaten
Dat ze met een ander verder gaan
Maar dat is in hun geval onmogelijk
Althans dat denken ze nu
Daar gaan we vanuit
Anders heeft het voortzetten van de aanzet van dit verhaal weinig nut
Kunnen we net zo goed stoppen
Lopen we de zaal uit en pakken we een bier
Of vijf
Of wijn
Of witte of rode
Dat maakt niet uit
In ieder geval een sigaret
Als je was gestopt is vanavond een mooie kans om weer te beginnen'


- uit Geen gemiste kans 2013

'Jullie komen niet voor die spanningsboog waarin je begrip krijgt voor mij
Begrip of empathie
Jullie komen geen empathie voor mij krijgen
Of misschien wel
Maar dan heel kortstondig
Een heel klein beetje
Dat ik iets aanraak wat bij lange na niet op jullie bodem valt
Iets wat door de vluchtigheid ervan niet echt te benoemen is
Een vleug van iets
Iets wat voorbijkomt en weer weg is
Maar echt raken
Diep raken
Daar komen jullie niet voor

En ik ga ook niet van jullie houden
Ik bedoel dat is toch een tweerichtingsverkeer dat uitblijft
Ik vind het wel heel leuk dat jullie er zijn
Want jullie zijn er wel
Jullie zijn er tenminste
Dat kun je over de mensen die er niet zijn niet zeggen'


- uit Geen voorstelling 2016

Columns voor het Eindhovens Dagblad  2013-1016

Romantiek

Wat er ook de bedoeling is van een film, een muzieknummer, een ontwerp, een schilderij, een toneelstuk, foto, vaas, dans, parfum... Ik wil geraakt worden. Ik wil iets voelen. Ik wil een brok in mijn keel, een gesmolten hart, op zijn minst kippenvel. Ik wil ontroering, euforie, pijn, rillingen over mijn rug. Ik wil iets ondergaan. Raak me en breng me in vervoering. Ik ben een romanticus. Zo, dat is er uit. Dan weet u dat.
En het maakt me eigenlijk ook niet uit waar die huivering zich afspeelt. Of het nu in het Evoluon is bij een behoorlijk abstract concert van Kraftwerk of erna bij een uiterst gezellige opening van werk van Spielerei, Space3 en Erosie in dé hamburgertent, De Burger. Of het nu de volgende ochtend is, starend naar het oogstrelend allemachies prachtig Vlisco Unfolded of kuierend tussen zoveel schoon ontworpen espressokopjes in vriendelijke pasteltinten met alleraardigste insecten erop afgebeeld in één van alle hallen verspreid over de stad... Het maakt me werkelijk niets uit. Als er intern maar iets gebeurt. 
Met een kakafonie aan keur waren daar vorige week natuurlijk alle voorwaarden naar. Misschien is het u ontgaan: het was Dutch Design Week. Dé week waarin Eindhoven dé shit is. Een soort carnaval, maar dan wel leuk. Van heinde en verre komt het, dat frisse ontwerpvolk dat Eindhoven een flinke upgrade geeft. We kunnen er weer even tegenaan. We hebben weer wat credit opgebouwd. We deden er überhaupt even toe. En daarnaast stond ik zelf zo wagenwijd open om geraakt te worden, dat het tochtte in mijn binnenkamer. Mijn gevoelige snaar bungelde losgesprongen zacht verend uit mijn hart (ik had er zin in, zie column 3-10). Dit kon natuurlijk geen stand houden zo. Iemand moest het doen, het was een kwestie van inkoppen. En zo geschiedde. Met één voet in de deuropening van het Van Abbe word ik tegengehouden door getoeter op straat. Misschien is het voor mij en ken ik 'm, misschien is het een designperformance of misschien is er wel iets gebeurd. Meer getoeter, lang getoeter, meerdere auto's toeteren, hogere toeters, lagere toeters... Een getoeter van jewelste! En langzaam worden ze zichtbaar, de toeterenden. Ze hangen uit hun auto's, ze jubelen door hun ramen, hebben luide muziek aan en hoofddoekjes wapperen dansend in de wind.
Het kan niet anders. Dit is een Turkse bruiloft. Wat een feest, wat een commotie, wat een heisa! Intern begint het te stromen. Ik slik tranen van genoegen weg langs mijn gegrepen keer. ik leef vreugdevol mee met het bruidspaar, wat een ontzettend gelukkig stel is het. Dit is liefde, echte liefde. Zo sprak mijn verbeelding. Een real life performance, helemaal raak, midden in de roos. De siddering in mijn hart en huig trilt goed na, wanneer ik mijn pas herneem in het museum. Ik heb mijn portie weer gehad. Cultuur is cultuur. Dutch of Turks, dat dondert niet. Als het maar beweegt.

Discobeer

Het is weer die tijd van het jaar. Een weekendje Amsterdam staat gepland en jolige radiozenders draai ik agressief weg. Mijn felle opinie laat ik luid horen als het onderwerp ter sprake komt in de vorm van 'als wat ga jij?'
Dat ik carnaval een vreemde manier van feestvieren vind, heb ik precies een jaar geleden uitvoerig met u gedeeld. Maar ook vertelde ik dat ik bezig was met het overwinnen van mijn angsten daaromtrent. Met het krijgen van kinderen in Brabant zul je wel moeten, zeker vanaf het moment dat ze naar school gaan. Vanaf dan kom je er niet meer onderuit.
Het hele gebeuren staat precies tussen mijn schrijven en het ter perse gaan van deze krant in. En nu, een paar dagen dus op voorhand ervan, bekruipt mij een onbekend gevoel. De angstgevoelens nemen af en langzaamaan wordt plaatsgemaakt voor nieuwsgierigheid. En vriendin M. uit Breda is daar schuldig aan met haar leuzen 'ik kom toch ook van boven de rivieren' en 'is leuk voor de kinderen joh' en 'ik ga ook niet als softpornosactrice in beperkt politiepakje, ik ga als discobeer!' Het zorgde ervoor dat ik werkelijk twijfel om me er niet een keer op de veilige (kinder)zondagmiddag in te storten. Vooral dat Discobeer-idee deed het 'm. Mijn twijfel gaat ver. Zo ver dat ik inmiddels aan het rond-appen ben wie er wel en wie er geen carnaval vieren. En wanneer ik felle antwoorden ontvang als: 'per definitie niet nee, doe normaal' dan denk ik inmiddels: maar je kunt toch ook als discobeer gaan?
Niets is zo veranderlijk als de mens. Dat blijkt maar weer. Zo was er ooit een dag dat ik extra pure chocolade een veel te bittere smaak vond hebben, terwijl het nu mijn zoetste moment op de dag is. Ooit beweerde ik dat ik na mijn studie direct terug zou keren naar Amsterdam. En kijk mij nu zestien jaren later keihard wortelschieten met het huis-boom-beest-concept in Stroatum.
Me in iets mannelijks of aseksueels hullen legitimeert het iets meer om me lallend tussen de menigte te begeven. Ik heb ten minste geen last van onderdrukte verlangens als seksbom te verschijnen zoals zovelen blijken te hebben. Misschien ligt (lag) daar wel de kern van mijn weerstand: het onderdrukte, de vier dagen waarin grenzen totaal vervagen op het gebied van dranklimiet, monogamie en fatsoen. Carnavalgangers lijken gedurende het jaar iets te hebben opgekropt wat ze er rond februari in één keer uitkotsen. Mijn tip zou zijn: wees gewoon wat meer jezelf, ook de rest van het jaar, dan is die uitbarsting wat minder gênant en kun je elkaar de week erna nog in de ogen kijken. 
Maar goed, wie ben ik op het gebied van carnaval? Ik sta aan de vooravond van mijn eerste viering en ergens weet ik dat als ik eenmaal ga zondag, dat ik niet meer terug kan. Misschien schaf ik maar meteen een discoberenpak aan, om me jaarlijks vier dagen in te verstoppen. Alaaf.

fragmenten uit kinderverhalen

Het feest van beer

Er is een vergadering gaande in het bos.
Van alles moet besproken worden en iedereen is er.
Beer heeft een feestmuts op, maar niemand reageert daarop.
Op de agenda staat een heel belangrijk punt:
Wat nu als er buitenaardse wezens landen in het bos? Wat moeten we dan doen? Wie spreekt ze bijvoorbeeld aan?
Konijn steekt ongeduldig zijn hand op.
Hert vraagt hem : 'Konijn, wat wil je zeggen?'
'Nou, ik kan ze prima aanspreken, want ik ben heel talig. En ik kan dan van alles uitleggen. Dat ze best even een kikkererwtensoep van Kikker kunnen krijgen, maar dat ze daarna weer kunnen wegwezen. En dan zeg ik gewoon: en nu wieberen, want jullie zien er heel raar uit en daar word ik heel akelig van!'
Hert zegt: 'Nou, daar zeg je me iets, Konijn. We zullen inderdaad moeten bedenken of we bevriend moeten raken of niet. Het kan namelijk ook héél gevaarlijk zijn.'

Solo de spin en Missie de Mier

Alles wat ik had ben ik kwijt geraakt en zal ik opnieuw moeten vinden.
In het midden van nergens.
De mierenmaatschappij zal me wel missen, tenminste dat hoop ik maar, dat ik gemist word.
Dat ze aan mij denken en naar mij terug verlangen, maar dat zal wel niet.
Want ze zijn druk bezig met hun stad en zichzelf.
Niemand bekommert zich om een ander in de mierenmaatschappij, zo gaat dat nu eenmaal.
Uit het oog, uit het hart.
Was er maar iemand met wie ik mijn verhaal kon delen, iemand die mij zag zitten, wie dan ook.
Gewoon iemand om me de weg te wijzen.
En die dat idioot groot gruwel van een... kind, een lesje kon leren.

De mens, niet mijn type.